Studiegids Hoofdstuk 5 ยท HAVO / VWO
Bij biologie is gedrag veel breder dan "je netjes gedragen". Het gaat om alles wat je doet.
Gedrag komt tot stand door:
Met zintuigen neem je prikkels uit de omgeving waar. Voor verschillende prikkels heb je verschillende zintuigen.
De 5 zintuigen: lichtprikkel (oog), geluidsprikkel (oor), geurprikkel (neus), smaakprikkel (tong), warmte-/koude-/tastprikkel (huid)
Het zenuwstelsel bestaat uit drie onderdelen:
De weg van een prikkel: zintuigstelsel โ zenuwstelsel (gevoels โ schakel โ bewegingszenuwcellen) โ spierstelsel โ actie
De weg van een refleximpuls:
Reflexboog: hitte โ gevoelszenuwcel โ schakelzenuwcel in ruggenmerg โ bewegingszenuwcel โ spier (hand wegtrekken). Tegelijk gaat er een impuls naar de hersenen (pijn).
Dieren met een eenvoudige leefwijze zoals kwallen, neteldieren en anemonen. Het voedsel komt vanzelf voorbij drijven โ ze hoeven niet te jagen.
Geen hart, botten, longen of hersenen. In plaats van een centraal zenuwstelsel hebben ze een fijnmazig netwerk van zenuwen door hun hele lichaam.
Dieren met een ingewikkelde leefwijze zoals een orka. Die moet jagen, prooi vangen, communiceren en nadenken.
Hiervoor is een ingewikkelder zenuwstelsel met hersenen nodig.
Licht van een voorwerp valt via de lens op het netvlies, waar een omgekeerd beeld wordt gevormd
Buitenkant oogbol: wenkbrauw, harde oogvlies, hoornvlies, wimper, oogspieren en oogzenuw
Doorsnede oog: harde oogvlies, vaatvlies, netvlies, glasachtig lichaam, kringspier, hoornvlies, pupil, ooglens en iris
Pupil wordt groter โ laat meer licht binnen zodat je beter kunt zien.
Pupil wordt kleiner โ beschermt het netvlies tegen te veel licht.
Minder licht โ grote pupil (links) | Meer licht โ kleine pupil (rechts)
Boven: kringspier ontspannen โ lens plat (veraf kijken). Onder: kringspier aangespannen โ lens bol (dichtbij kijken).
Boven: normaal zicht (beeld op netvlies). Midden: verziendheid (beeld achter netvlies) โ correctie met bolle lens. Onder: bijziendheid (beeld vรณรณr netvlies) โ correctie met holle lens.
Kegeltjes (groen, kleuren) en staafjes (blauw, zwart-wit) zitten op het netvlies. Via de oogzenuw gaan impulsen naar de hersenen.
Doorsnede oor: oorschelp, gehoorgang, trommelvlies, gehoorbeentjes, slakkenhuis en gehoorzenuw
Decibelschaal: van vallende speld (0 dB) tot vuurwerk (140 dB). Vanaf 80 dB gevaar voor gehoorschade, bij 120 dB de pijngrens.
De neus beschermt je tegen gevaar (giftige stoffen, bedorven eten).
Doorsnede neus: reukzintuigcellen in het neusslijmvlies geven via de reukzenuw impulsen door aan de hersenen
De tong met smaakpapillen โ ingezoomd op een smaakpapil โ smaakzintuigcellen voor zoet, zout, zuur, bitter en umami
Doorsnede huid: opperhuid (bovenste laag), lederhuid (met bloedvaten en zenuwuiteinden) en onderhuids bindweefsel (onderste laag)
Een brandwond beschadigt de huid. Hoe dieper de brandwond, hoe ernstiger.